Re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers: terug-naar-werk 3.0

Om het stijgend aantal langdurig zieken in België tegen te gaan, nam de vorige regering reeds enkele maatregelen, verzameld onder de term Terug-naar-werk en Terug-naar-werk 2.0. Ook de huidige regering maakt hiervan een speerpunt in het beleid, met Terug-naar-werk 3.0. Sommige maatregelen worden teruggedraaid, andere aangepast en er worden ook enkele nieuwe maatregelen toegevoegd.

maladie (9)

De vorige regering nam voornamelijk maatregelen die de werkgever moesten responsabiliseren om beter/meer actie te ondernemen tot preventie van uitval door ziekte van werknemers. Deze regering wil evenwel alle betrokken actoren bij ziekte responsabiliseren, en kijkt niet enkel naar de werkgevers.  

De responsabilisering van de werkgevers gebeurt voornamelijk door de solidariteitsbijdrage. Omdat dit heel wat regelgeving inhoudt, verdiepen we ons hierin in een apart nieuwsbericht 

In de onderstaande tekst wordt meermaals naar de vorige legislatuur verwezen, u vindt meer uitleg over de toen genomen maatregelen hier. 

De wijzigingen en maatregelen hieronder besproken zijn ingegaan op 1 januari 2026 (de wet werd gepubliceerd op 30 december 2025). Eventuele bijzonderheden over de inwerkingtreding worden per onderwerp besproken.

  • Versterkte responsabilisering arbeidsongeschikte erkende gerechtigden  

Om een re-integratietraject te starten, dient de werkgever het arbeidspotentieel te laten onderzoeken door de preventieadviseur-arbeidsarts. Het arbeidspotentieel vervangt “de restcapaciteiten” in de ZIV-wet. Als er geoordeeld wordt dat de werknemer arbeidspotentieel heeft, kan de rest van het re-integratietraject gestart worden.  

Om het re-integratietraject te kunnen uitvoeren, is de werknemer verplicht in te gaan op de (via aangetekende zending verstuurde) uitnodiging van de preventieadviseur-arbeidsarts, dat als doel heeft een re-integratiebeoordeling op te maken. Reageert de werknemer niet, of heeft hij geen geldig excuus voor zijn afwezigheid op de fysieke afspraak, dan zal een zwaardere sanctie worden toegekend dan in de vorige legislatuur werd opgelegd. Daagt hij bij de eerste uitnodiging niet op (zonder rechtvaardiging), dan wordt het dagbedrag van zijn uitkering met 10% verminderd. Komt hij evenmin naar de tweede (of derde) afspraak, dan verliest hij zijn volledige uitkering. Mist hij ook de derde afspraak, dan eindigt het traject.   

Deze wijzigingen zijn van toepassing sinds 1 januari 2026, op elk fysiek contact en elk contactmoment gepland om ten vroegste op 1 januari 2026 plaats te vinden.  

Dit kadert in het grotere geheel van aanpassingen aan het re-integratietraject. Voor meer informatie over de wijzigingen in het re-integratiebeleid, zie volgend artikel.

  • Versterkte responsabilisering verzekeringsinstellingen

Ook de verzekeringsinstellingen worden nauwer gecontroleerd, op twee manieren: het vermoeden van arbeidsongeschiktheid van zes maanden wordt geschrapt waardoor er sneller een evaluatie van een arbeidsongeschikte kan gebeuren; en een deel van de jaarlijkse toekenning aan administratiekosten aan de vijf landsbonden wordt afhankelijk gemaakt van het voldoen van minstens twee van hun wettelijke opdrachten over de evaluatie van de staat van arbeidsongeschiktheid of de socioprofessionele re-integratie van de gerechtigden op uitkeringen, en van de resultaten van thematische controles door de Dienst voor uitkeringen van het RIZIV.  

  • Kennisverzameling op basis van elektronisch verzonden getuigschriften van arbeidsongeschiktheid  

Ook de behandelend artsen zullen gecontroleerd worden, namelijk op hun voorschrijfgedrag. De elektronische getuigschriften van arbeidsongeschiktheid zullen in een databank van het RIZIV moeten toegevoegd worden, waarna artsen geïnformeerd worden over hun voorschrijfgedrag en zij dit zelf kunnen aanpassen in geval van het voorschrijven van een abnormaal lange arbeidsongeschiktheid (rekening houdend met de diagnose of pathologie en de toepasselijke richtlijnen in de betrokken situatie).  

Bovendien mag een voorgeschreven periode van arbeidsongeschiktheid door de huisarts maximaal drie maanden duren wanneer het attest bestemd is voor de adviserend arts van de verzekeringsinstelling.  

  • Actief afwezigheidsbeleid 

Om de werkgever te stimuleren contact te houden met een arbeidsongeschikte werknemer, moet hij in het arbeidsreglement een procedure opnemen die het onderhouden van contact met de arbeidsongeschikte werknemer regelt.  

In artikel I.4-71/1 van de codex over het welzijn op het werk wordt vastgelegd dat de werkgever minstens aangeeft wie de arbeidsongeschikte werknemer zal contacteren en de frequentie van het contact. De werknemer is niet verplicht hierop de reageren, en de procedure mag niet gebruikt worden om na te gaan of de afwezigheid van de werknemer om gezondheidsredenen gegrond is.  

  • Geneeskundig getuigschrift  

Sinds de vorige legislatuur mogen werkgevers met meer dan 50 werknemers geen geneeskundig getuigschrift meer vragen voor 1 dag afwezigheid, en dat 3 keer per jaar. Deze regering verlaagt dit verbod nu naar 2 keer per jaar.  

  • Medische overmacht  

De vorige regering besliste dat een werknemer minstens negen maanden arbeidsongeschikt moest zijn (een (gedeeltelijke) werkhervatting van maximaal twee weken stuitte de termijn niet), voordat de werkgever een procedure voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht mocht starten. De termijn is nu verlaagd naar zes maanden, vanaf 1 januari 2026. 

  • Gewaarborgd loon

    • Hervaltermijn  

Dneutralisatie van het gewaarborgd loon was tot nu toe beperkt tot veertien dagen. Met andere woorden: enkel indien een werknemer bij het hervatten van het werk opnieuw ziek werd binnen een periode van veertien dagen, was de werkgever geen gewaarborgd loon verschuldigd. Deze regering verlengt nu de periode van neutralisatie van veertien dagen naar 8 weken. Het systeem van de hervaltermijn stimuleert de werkhervatting zonder aanzienlijk financieel risico voor de werknemer. 

De maatregel is van toepassing op arbeidsongeschiktheden die zich voordoen vanaf 1 januari 2026. Op lopende arbeidsongeschiktheden is de oude wetgeving van toepassing. Indien een arbeidsongeschiktheid dus aanvat na de inwerkingtreding van de wet en de werknemer minder dan 8 weken daarvoor arbeidsongeschikt is geweest, dan zal er bijgevolg sprake zijn van herval onder de nieuwe regels. 

    • Neutralisatie van gewaarborgd loon bij gedeeltelijke werkhervatting  

De vorige regering voerde een beperking van de neutralisatie van het gewaarborgd loon bij gedeeltelijke werkhervatting in, tot de eerste twintig weken van de gedeeltelijke werkhervatting. Deze regering draait die beperking nu terug: als de werknemer opnieuw volledig arbeidsongeschikt wordt, zal de werkgever geen gewaarborgd loon verschuldigd zijn.  

Dit om te vermijden dat werkgevers ontmoedigd worden om re-integratie op te starten voor hun arbeidsongeschikte werknemer omdat ze al snel het risico zouden lopen om gewaarborgd loon te betalen.  

De maatregel is van toepassing vanaf 1 januari 2026. De nieuwe bepalingen inzake neutralisatie van het gewaarborgd loon kunnen enkel worden toegepast wanneer een nieuwe arbeidsongeschiktheid zich voordoet na de inwerkingtreding van deze bepalingen. Een lopende periode van gewaarborgd loon ten gevolge van een arbeidsongeschiktheid die is aangevangen vóór deze datum van inwerkingtreding zal bijgevolg niet onderbroken worden. 

    • Impact op de uitkeringsverzekering voor arbeiders 

Omdat de beperking van de neutralisatie van het gewaarborgd loon tot de eerste veertien dagen arbeidsongeschiktheid door de vorige regering een impact had op de ziekte-uitkering van arbeiders en bedienden met een arbeidsovereenkomst van minder dan drie maanden, had de Nationale Arbeidsraad een regeling voor hen ontwikkeld zodat zij financieel niet achteruit zouden gaan. Aangezien de neutralisatie bij gedeeltelijke werkhervatting opnieuw onbeperkt is in de tijd, stelt deze problematiek zich niet meer en worden de regels rond de compensatie in de uitkeringsverzekering uit de ZIV-wet geschrapt.

De schrapping treedt in werking op 1 januari 2026. Indien er reeds een periode van gewaarborgd loon na herval lopende is, heeft de schrapping hier geen toepassing op – enkel wanneer zich een nieuwe arbeidsongeschiktheid voordoet.