Solidariteitsbijdrage: nieuwe bijdrage voor werkgever bij arbeidsongeschikte werknemer

De vorige regering voerde een responsabiliseringsbijdrage in voor werkgevers die, in verhouding tot de andere ondernemingen in het paritair comité en de privésector, meer langdurig zieken hebben. De huidige regering schrapt de maatregel, en vervangt deze door een bijdrage in de ziekte-uitkering van een zieke werknemer voor de tweede en derde maand arbeidsongeschiktheid, voor elke werkgever met meer dan 50 werknemers.

budget

Net voor het einde van 2025 werd de wet gepubliceerd die de solidariteitsbijdrage voor werkgevers in geval van primaire arbeidsongeschiktheid bij hun werknemer invoert. De solidariteitsbijdrage behoort tot het pakket maatregelen “Terug-naar-werk 3.0”, u vindt een uitgebreid artikel met toelichting hier.

De zogenaamde solidariteitsbijdrage volgt een aantal voorwaarden van de responsabiliseringsbijdrage: het gaat om ondernemingen met meer dan 50 werknemers, enkel voor de werknemers van 18 tot en met 54 jaar oud, en de inning gebeurt samen met de trimestriële socialezekerheidsbijdragen van de werkgever.

Voor het berekenen van de solidariteitsbijdrage wordt geen vergelijking gemaakt met de betreffende sector en de privésector, maar wordt er enkel gekeken naar de primaire arbeidsongeschiktheid van de werknemer waarvoor de werkgever de bijdrage moet betalen. Bovendien is de bijdrage ook verschuldigd door werkgevers in de publieke sector, voor zover zij voldoen aan de voorwaarden.

De bijdrage bestaat uit 30% van de ZIV-uitkering voor de primaire arbeidsongeschiktheid vanaf dag 31, voor de twee maanden die erop volgen. Concreet zal de werkgever 30% van de uitkering voor elke dag arbeidsongeschiktheid in de periode van die twee maanden aan de RSZ verschuldigd zijn. Is de werknemer voor het einde van die periode (gedeeltelijk) terug aan het werk, of is de arbeidsovereenkomst geëindigd, dan geldt de bijdrage dus enkel voor de effectieve dagen primaire arbeidsongeschiktheid bij de werkgever.

De vaststelling van het bedrag gebeurt rekening houdend met de uitkeringen op de vijftiende dag van de zevende maand die volgt op de maand waarin de arbeidsongeschiktheid is aangevangen. Wanneer het bedrag vaststaat, kan dit niet meer gewijzigd worden. De inning gebeurt via een debetbericht samen met de socialezekerheidsbijdragen, op het einde van het derde kwartaal volgend op het kwartaal van de aanvang van de arbeidsongeschiktheid.

Indien een werknemer meerdere tewerkstellingen heeft, dan zal de solidariteitsbijdrage proportioneel berekend worden naar gelang het aandeel van de werkgever in het totale loon dat een werknemer niet ontvangt wegens zijn arbeidsongeschiktheid.

De solidariteitsbijdrage is van toepassing op de periodes van primaire arbeidsongeschiktheid die aanvangen vanaf 1 januari 2026.

Uitzonderingen

De volgende groepen worden uitgesloten van de solidariteitsbijdrage:

  • Uitzendkrachten, flexi-jobwerknemers, gelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouw/horeca/begrafenisondernemingen, onthaalouders, leerlingen;
  • Werknemers waarvan de primaire arbeidsongeschiktheid aanvangt in de eerste dertig dagen van hun tewerkstelling;
  • Voor de doelgroepmedewerkers in de maatwerkbedrijven en beschutte werkplaatsen werd in de ontwerptekst van deze wet een volledige uitsluiting van de solidariteitsbijdrage voorzien (nadat Unisoc hiervoor ijverde). De uitsluiting werd niet in deze tekst opgenomen omdat er nog een advies van de Raad van State voor nodig was, maar is ondertussen opgenomen in een hangend wetsontwerp in de Kamer. Wij houden u hier op de hoogte van de voortgang.

Verder is er eveneens geen solidariteitsbijdrage verschuldigd, vanaf de dag dat:

  • De werknemer het werk volledig hervat;
  • De werknemer het werk progressief hervat onder het stelsel van artikel 100, §2 ZIV-wet, en daarbij de cumulregeling van artikel 230, §1 van het ZIV-KB wordt toegepast. Met andere woorden, de werknemer moet meer dan 20% van zijn oorspronkelijke tewerkstelling hervatten;
  • De werknemer toegelaten werkhervatting uitoefent, buiten het normale arbeidscircuit, in een onderneming die onder het paritair comité 327 voor de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de "maatwerkbedrijven" valt.

Een werkneemster die onder de moederschapsbescherming valt (wegens moederschapsrust, borstvoedingsverlof) krijgt een moederschapsuitkering. Is de werkneemster eveneens arbeidsongeschikt in die periode, dan wordt de periode van arbeidsongeschiktheid niet geschorst en lopen de moederschapsrust en arbeidsongeschiktheid samen. De werkneemster ontvangt dan enkel de moederschapsuitkering tijdens die samenloop. Dit heeft als gevolg dat de werkgever enkel solidariteitsbijdrage verschuldigd is voor de dagen waarvoor effectief een arbeidsongeschiktheidsuitkering betaald wordt, bijvoorbeeld voor een periode van arbeidsongeschiktheid die aansluit op het einde van de moederschapsrust.

Wat met de opbrengst van de bijdrage?

De opbrengst van de solidariteitsbijdrage gaat naar het globaal beheer van de RSZ.

Samen met de invoering van de solidariteitsbijdrage wordt de laatste inning van de responsabiliseringsbijdrage geregeld. De laatste inning van die bijdrage gebeurt bij het debetbericht van het laatste kwartaal van 2025.

Opgelet: de regering besliste eind 2025 dat ook voor de vierde en vijfde maand primaire arbeidsongeschiktheid de solidariteitsbijdrage verschuldigd zal zijn vanaf 2027, maar hier zijn nog geen teksten over gemaakt. Ook over de uitdoving van de responsabiliseringsbijdrage is nog wat onzekerheid. Unisoc volgt het op en past dit nieuwsbericht aan wanneer er meer informatie voorhanden is.

Unisoc blijft sterk gekant tegen deze maatregel, samen met de sociale partners van de Nationale Arbeidsraad, en zal elke mogelijkheid aangrijpen om de negatieve gevolgen voor haar leden onder de aandacht te brengen.