Herfinanciering jaarlijkse vakantie voor de betaling van het vakantiegeld van arbeiders

Na de coronacrisis en de uitbreiding van de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht om deze crisis het hoofd te bieden, wordt de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) geconfronteerd met een aanzienlijk tekort dat de betaling van het vakantiegeld van arbeiders in het gedrang brengt. Om het stelsel te herfinancieren, zal de regering de sociale bijdragen van werkgevers en werknemers tijdelijk verhogen. Ondanks haar bezorgdheden heeft Unisoc zich aangesloten bij de consensus die binnen de NAR werd bereikt. De NAR heeft een positief advies uitgebracht over het ontwerp van koninklijk besluit.

rjv

Een stelsel dat sterk werd verzwakt door de coronacrisis

Tijdens de gezondheidscrisis voerde de regering de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht “corona” in en stelde zij die, op vraag van de sociale partners, gelijk met arbeidsdagen voor de berekening van de jaarlijkse vakantie. Deze maatregel vrijwaarde de vakantierechten van de betrokken werknemers, maar leidde ook tot aanzienlijke uitgaven voor de Rijksdienst voor Jaarlijkse vakantie. De sociale partners vroegen aan de vorige minister van Werk Dermagne om hiervoor financiering te voorzien, maar dit bleef uit.

Deze situatie heeft de reserves van het stelsel sterk aangetast. Terwijl die vóór de gezondheidscrisis ongeveer 500 miljoen euro bedroegen, kampt het stelsel vandaag met een tekort van ongeveer 500 miljoen euro. Een herfinanciering is dan ook noodzakelijk om de betaling van het vakantiegeld van arbeiders op termijn te kunnen blijven garanderen.

Een tijdelijke verhoging van de bijdragen

Een herfinanciering van de RJV dringt zich bijgevolg op. De regering heeft, via minister van Werk Clarinval, aan de sociale partners een ontwerp van koninklijk besluit voorgelegd dat voorziet in een tijdelijke verhoging van verschillende bijdragen tussen 1 oktober 2026 en 31 december 2033.

Voor de werkgevers voorziet het ontwerp in een verhoging van de kwartaalbijdrage voor de financiering van het stelsel van de jaarlijkse vakantie van arbeiders. Het tarief, dat momenteel 15,84 % bedraagt, zou stijgen tot 15,96 % in het vierde kwartaal van 2026 en vervolgens tot 16,11 % vanaf het eerste kwartaal van 2027.

Ook de werknemers zouden een bijdrage leveren. De inhouding op hun vakantiegeld, die momenteel 1 % bedraagt, zou worden verhoogd tot 1,16 % vanaf het vakantiejaar 2027.

Vanaf 1 januari 2034 zouden deze percentages opnieuw dalen tot respectievelijk 15,84 % en 1 %.

Het beheerscomité van de RJV, waarin het VBO voor de werkgevers en de drie vakbonden voor de werknemers zetelen, had zich al positief uitgesproken over deze verhogingen, mits enkele technische aanpassingen aan het ontwerp. Vervolgens werd de Nationale Arbeidsraad verzocht zich bij hoogdringendheid uit te spreken. Op 14 juli 2026 sloot de Raad zich op zijn beurt bij dit akkoord aan en bracht hij een unaniem positief advies uit.

Een oplossing die niettemin bedenkingen oproept

Unisoc heeft zowel bij de gevolgde procedure als bij de gevolgen van het voorgestelde mechanisme bedenkingen geuit. Het akkoord was immers al bereikt binnen het beheerscomité van de RJV, waarin Unisoc niet zetelt, voordat de NAR werd verzocht zich binnen een bijzonder korte termijn uit te spreken.

Het stelsel van jaarlijkse vakantie voor arbeiders is gebaseerd op een vorm van solidariteit tussen alle werkgevers die arbeiders tewerkstellen. De verhoging van de bijdragen zal dus ook werkgevers treffen die tijdens de gezondheidscrisis geen of slechts in beperkte mate gebruik hebben gemaakt van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Dat is het geval in tal van socialprofitsectoren. Zij zullen dus bijdragen aan de herfinanciering van een stelsel waarvan het tekort onder meer voortvloeit uit de gelijkstelling van tijdelijke werkloosheid, waarvan in andere sectoren op grote schaal gebruik werd gemaakt.

Gelet evenwel op de noodzaak om de financiering van het stelsel te waarborgen – waarbij in het slechtste scenario de arbeiders hun vakantiegeld niet zouden ontvangen – en aangezien de federale overheid niet van plan is de herfinanciering van de RJV zelf ten laste te nemen, heeft Unisoc zich uiteindelijk aangesloten bij de consensus binnen de NAR. Wel heeft Unisoc de andere sociale partners aangespoord om ook naar andere oplossingen te blijven zoeken.

Het ontwerp van koninklijk besluit werd door de ministerraad van 4 september jl. goedgekeurd. We houden onze leden op de hoogte van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

 

Terug naar themafiche "jaarlijkse vakantie"

Terug naar themafiche "coronavirus"