Wet houdende diverse bepalingen: studentenarbeid en startbaanovereenkomsten
De wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen voert een reeks wijzigingen in het arbeidsrecht in. We komen terug op twee daarvan: de verlaging van de minimumleeftijd voor studentenarbeid naar 15 jaar voor lichte arbeid en de afschaffing van de startbaanverplichting. Deze twee aanpassingen waren het voorwerp van een advies van de Nationale Arbeidsraad.
Studentenarbeid: verlaging van de minimumleeftijd tot 15 jaar voor lichte arbeid
In het kader van de uitvoering van het regeerakkoord werd de arbeidswet van 16 maart 1971 gewijzigd, zodat het mogelijk werd om een studentenarbeidsovereenkomst te sluiten met jongeren van 15 jaar die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht.
Deze mogelijkheid geldt echter alleen voor “lichte arbeid”. In zijn advies nr. 2.450 dat voorafgaand aan de goedkeuring van de wet werd uitgebracht, had de NAR gevraagd ervoor te zorgen dat deze verlaging geen negatieve gevolgen zou hebben voor de schoolcarrière van de jongere. De wet diverse bepalingen heeft deze bezorgdheid in acht genomen door een aantal waarborgen te voorzien.
Om deze nieuwe mogelijkheid daadwerkelijk te kunnen toepassen, moet bovendien een koninklijk besluit het begrip “lichte arbeid” definiëren. Zolang dat niet is gebeurd, is het nog niet mogelijk om 15-jarigen aan te werven in het kader van een studentenarbeidsovereenkomst.
Een ontwerp van koninklijk besluit in die zin werd ter advies voorgelegd aan de NAR en gaf aanleiding tot advies nr. 2.475. De NAR herhaalt zijn gehechtheid aan het behoud van het schooltraject van deze jongeren en is unaniem van mening dat het ontwerp van koninklijk besluit niet de nodige garanties voor rechtszekerheid biedt. In een verdeeld deel dat gewijd is aan de activiteiten als zodanig, vragen de werkgeversorganisaties om een uitbreiding van de lijst die momenteel in het ontwerp van koninklijk besluit is opgenomen en die limitatief lijkt.
Het ontwerp verstaat namelijk onder “lichte arbeid” “niet-industriële arbeid van lichte aard, die geen specifieke scholing vergt en die niet wordt verricht met of aan mechanische arbeidsmiddelen” en somt de volgende activiteiten op: aangestelde in een vestiaire, inpakken van kleine verpakkingen, vakkenvuller en verkoopsassistent in de kleinhandelszaken.
De werkgeversorganisaties willen dat de volgende activiteiten worden toegevoegd: administratieve ondersteuning, schoonmaakhulp (inclusief afwassen), hulp bij het onthaal en logistieke ondersteuning.
Wanneer we kijken naar de bovengenoemde algemene definitie, zijn deze activiteiten immers ongevaarlijk, vereisen deze geen specifieke technische kwalificaties en kunnen ze zodanig worden georganiseerd dat ze aansluiten bij de leeftijd, de capaciteiten en de schoolsituatie van de betrokken jongeren. De werkgeversorganisaties benadrukken bovendien dat die verzoeken om toevoeging beantwoorden aan acute behoeften die in de praktijk worden vastgesteld, in een context die wordt gekenmerkt door een aanhoudend tekort aan arbeidskrachten in tal van sectoren.
Het is nu aan de regering om over deze kwestie te beslissen.
Startbaanovereenkomsten: afschaffing van de verplichting
Werkgevers die op 30 juni van het voorgaande kalenderjaar 50 werknemers in dienst hadden, waren tot nu toe verplicht om een bepaald aantal jongeren onder 26 jaar in dienst te nemen: dit is de verplichting van de startbaanovereenkomst.
Deze werkgevers waren namelijk onder straffe van sancties verplicht om een quotum van jongeren in dienst te nemen met een startbaanovereenkomst:
- 3 % voor de profitsector;
- 1,5 % voor de socialprofitsector en de publieke sector.
De wet diverse bepalingen schaft deze verplichting af. Het startbaanovereenkomst-mechanisme als zodanig blijft echter bestaan.
In zijn bovengenoemde advies had de NAR aangegeven dat de afschaffing van de verplichting met behoud van het systeem zelf in de praktijk tot verwarring en rechtsonzekerheid zou kunnen leiden met betrekking tot de tewerkstelling van jongeren onder 26 jaar, aangezien de startbaanovereenkomsten specifieke regels en verplichtingen bevatten (verplichte vermeldingen in de overeenkomst, bewijs van inschrijving voor een opleiding, lagere verloning in geval van opleiding, bijzondere regeling voor sollicitatieverlof en opzegtermijn, enz.).
De NAR vroeg zich af of het zinvol was om de startbaanovereenkomst-regeling te handhaven, maar wij stellen vast dat de wet diverse bepalingen geen rekening heeft gehouden met deze bezorgdheid.
Wij zullen u op de hoogte houden van de ontwikkelingen in deze twee dossiers.
Terug naar themafiche