Werkbaar werk : potentieel interessant, maar nog veel vraagtekens
Werkbaar werk : een dossier met een bijzonder belang voor Unisoc dat sinds juni 2015 een aantal koerswijzigingen gekend heeft. De versnelling van de werkzaamheden in de afgelopen weken is de ideale gelegenheid om een stand van zaken op te maken omtrent het verloop van het dossier totnogtoe alsook en vooral omtrent de werkzaamheden van de sociale partners op korte termijn.
Evolutie van het dossier sinds juni 2015
Federaal Minister van Werk Kris Peeters heeft in juni 2015 de discussie over ‘werkbaar werk’ afgetrapt met een eerste rondetafelconferentie. Tijdens deze ronde tafel hebben uiteenlopende belanghebbende partijen, waaronder de sociale partners, de kans gekregen om hun visie op werkbaar werk te presenteren. Zo ook Unisoc! In november 2015 heeft een tweede ronde tafel plaatsgevonden: zowel de Minister als de sociale partners hebben op dat moment hun prioritaire dossiers in het kader van werkbaar werk voorgesteld.
Unisoc heeft van beide ronde tafels gebruik gemaakt om de hierna volgende punten extra in de verf te zetten. Eerst en vooral mag de uitdaging van werkbaar werk niet exclusief vanuit een werknemersperspectief benaderd worden. Werk moet werkbaar zijn voor werknemer en werkgever. In het verlengde hiervan verdienen voor de socialprofitwerkgevers, de volgende dossiers prioritaire aandacht:
- De vereenvoudiging van de regelgeving deeltijdse tewerkstelling en een rechtszeker kader voor glijdende werktijden.
- Meer maatwerk in de diensten aangeboden door de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk. Op die manier willen we dat elke instelling een welzijnsbeleid op maat kan voeren.
- Een stimulerend opleidingsbeleid voor alle betrokken partijen. Goed opgeleid personeel dat op de hoogte is van de laatste technieken is van groot belang voor de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening.
De reden waarom we net van deze dossiers een prioriteit willen maken, is drieledig. Ten eerste laten ze ‘quick wins’ op vlak van werkbaarheid toe. De regelgeving bestaat, maar moet enkel zodanig aangepast worden opdat ze (opnieuw) toelaat om het vooropgestelde doel te bereiken. Voorts laten deze dossiers maatwerk toe wat belangrijk is aangezien werkbaarheid een uitgesproken contextgebonden uitdaging is. Ten slotte laten ze een verschuiving toe van een ontzie-beleid in de laatste fase van de carrière naar een uitdaagbeleid over de hele loopbaan. Op deze manier vermijden we een vicieuze cirkel waarbij het ontziebeleid de jongere generaties bijkomend belast en zich op deze manier zelf bestendigt.
Einde 2015 heeft de Minister van Werk het ambitieuse project in uitwerking geplaatst:
- In december 2015 heeft de Nationale Arbeidsraad twee ontwerpen van wet ontvangen met de vraag om hieromtrent een advies te formuleren. Het gaat meer in het bijzonder over een ontwerp van wet tot uitwerking van een juridisch sluitende regelging inzake glijdende werktijdens en een ontwerp tot vereenvoudiging van deeltijdse arbeid.
- Nog in december 2015 heeft de Minister van Werk aan de Nationale Arbeidsraad gevraagd om een evaluatie te maken van enerzijds CAO n° 85 betreffende het telewerk en anderzijds het wettelijk kader terzake met het oog op het bevorderen van deze werkmodus.
- In februari 2016 heeft de Minister van Werk uit zijn initiële lijst van 50 maatregelen zoals gepresenteerd tijdens de tweede ronde tafel 10 onderwerpen als prioritair naar voren geschoven, met name :
- Uitwerken van het loopbaansparen;
- Veralgemenen van het plus minus conto ;
- Wegwerken van obstakels voor occasioneel telewerk;
- Mogelijk maken van vrijwillig presteren van overuren door de werknemer;
- Inventariseren en optimalisteren van de verschillende verlofstelsels;
- Uitwerken van een mobiliteitsbudget;
- Uitbreiden van de notie “vertrouwenspersoon” in het kader van de arbeidsduurwetgeving;
- Uitwerken van een statuut van freelancers;
- Invoeren van een arbeidsovereenkomst uitzendarbeid voor onbepaalde duur;
- Gebruiken van de verbrekingsvergoeding voor het zoeken van een nieuwe job.
April 2016, versnelling van het dossier
In het kader van de begrotingscontrole in april 2016 is bovenstaande lijst met 10 prioriteiten opnieuw bijgestuurd. De Minister heeft zijn intentie met betrekking tot elk van de uiteindelijk weerhouden onderwerpen van bijkomende informatie voorzien en heeft eveneens een aantal nieuwe maatregelen toegevoegd zoals de annualisering van de arbeidsduur, de creatie van een krediet aan overuren die niet ingehaald moeten worden, of nog en hervorming van de vormingsinspanningen. We verwijzen naar het document Notificatie wendbaar werkbaar werk/modernisering arbeidsrecht (enkel beschikbaar voor Unisoc-leden) voor meer concrete informatie over de uiteindelijk weerhouden agenda op korte termijn. Er zou op middellange termijn immers ook nog een tweede fase komen waarin onder meer het mobiliteitsbudget aan bod zou komen.
Naar aanpak toe, zullen bovenstaande themata, waarover een advies van de sociale partners in de NAR en/of de Groep van 10 tegen einde juni 2016 verwacht wordt, in een ontwerp van wet gegoten worden . De minister van Werk wil immers snel vooruitgaan: hij wil het wetsontwerp werkbaar werk voor het zomerreces voor bespreking in de Kamer neerleggen. Hij wenst de wet in het Belgisch Staatsblad te publiceren voor aanvang van de IPA-onderhandelingen 2017/18. Dit zou de sociale partners toelaten om bepaalde themata alvast in deze besprekingsronde mee te nemen.
Voor de volledigheid van uw informatie, geven we nog mee dat bepaalde onderwerpen die de Minister heropgevist heeft in het kader van zijn agenda « Werkbaar werk » al geruime tijd (soms jaren) in bespreking zijn in de schoot van de Nationale Arbeidsraad. Het gaat meer in het bijzonder over de vormingsinspanningen, de werkgeversgroepering, de herziening van de CAO tijdskrediet, en het dossier return to work. De sociale partners hebben eveneens besloten om hun besprekingen rond deze thema's verder te zetten.
Ga naar themafiche