De nieuwe uitgebreide regeling inzake vrijwillige overuren is een feit

Na het aflopen van de regeling van de zogenaamde “relance-uren” op 31 maart 2026 is sinds 1 juni 2026 een nieuwe regeling inzake vrijwillige overuren in werking getreden. Deze regeling verhoogt het jaarlijkse contingent tot 360 uren en voert verschillende wijzigingen in die betrekking hebben op het akkoord van de werknemer, met bijzondere voorwaarden voor deeltijdse werknemers.

temps de travail (2)

De nieuwe wet wijzigt de regelgeving inzake vrijwillige overuren als volgt:

  • Het aantal uren wordt verhoogd van 100 naar 360 uren per kalenderjaar (en zelfs naar 450 uren in de horecasector).

  • Het volledige verhoogde contingent wordt niet aangerekend op de interne grens.

  • Voor 240 van deze 360 uren is geen overloon verschuldigd. Bovendien zijn deze uren ook vrijgesteld van sociale bijdragen en belastingen. De sociale en fiscale bepalingen moeten evenwel nog worden aangenomen. Van het kabinet Vandenbroucke hebben we vernomen dat het KB dat het RSZ-luik regelt, onderweg is. Wij houden u op de hoogte zodra dit het geval is.

Opmerking: de wet bepaalt niet dat de werknemersvertegenwoordigers kunnen eisen dat eerst de 120 overuren met overloon worden gepresteerd. De werkgever kan hier zelf over oordelen en dus eerst gebruik maken van de overuren zonder overloon. Natuurlijk is het steeds mogelijk om hier op ondernemingsniveau afspraken te maken.

  • Het schriftelijke akkoord van de werknemer, dat om de zes maanden moest worden vernieuwd, wordt vervangen door een voorafgaand schriftelijk akkoord voor een bepaalde duur van één jaar. Dit akkoord wordt stilzwijgend verlengd voor een periode van één jaar. Het akkoord kan door elk van beide partijen schriftelijk worden opgezegd met een opzeggingstermijn van één maand. De opzeggingstermijn begint te lopen op de dag volgend op de kennisgeving van de opzegging.

  • Het akkoord dat de werknemer vóór 1 april 2026 heeft gegeven om vrijwillige overuren te presteren voor een periode die na die datum afloopt, blijft geldig tot het einde van de geldigheidsduur ervan.

  • Het akkoord van de werknemer om vrijwillige overuren te presteren, dat voor een duur van zes maanden werd gegeven in de periode van 1 april 2026 tot en met de dag voorafgaand aan de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad (31 mei dus), blijft geldig tot het verstrijken van de geldigheidsduur ervan. Na afloop van dit akkoord zal een nieuw akkoord moeten worden gesloten. Dat nieuwe akkoord zal vervolgens onderworpen zijn aan de nieuwe regeling van het jaarlijkse akkoord met stilzwijgende verlenging.

  • De werkgever mag de werknemer niet verplichten om vrijwillige overuren te presteren en de werknemer mag geen nadelige behandeling ondervinden wegens zijn weigering.

En voor deeltijdse werknemers?

  • Voor deeltijdse werknemers worden twee bijkomende voorwaarden ingevoerd: zij mogen enkel vrijwillige overuren presteren in geval van een tijdelijke vermeerdering van werk én op voorwaarde dat zij reeds minstens drie jaar tewerkgesteld zijn op basis van een deeltijdse arbeidsovereenkomst.

Deze specifieke voorwaarden voor deeltijdse werknemers zijn pas van toepassing vanaf de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad, zijnde vanaf 1 juni 2026. De FOD WASO en het kabinet van de minister van Werk bevestigen dan ook dat deze voorwaarden niet van toepassing zijn op akkoorden die werden gesloten tussen 1 april 2026 en 31 mei 2026. Die akkoorden moeten deze nieuwe voorwaarden dus niet bevatten tot het einde van hun geldigheid. Daarna wel (deze worden dus niet stilzwijgend verlengd). Dit betekent dus dat er een nieuw akkoord gesloten zal worden eenmaal de geldigheidsduur verstreken is.

Voor de beoordeling van de voorwaarde van drie jaar deeltijdse tewerkstelling verduidelijken de FOD WASO en het kabinet van de minister van Werk dat het niet noodzakelijk moet gaan om een tewerkstelling bij dezelfde werkgever. Indien de periode echter wordt onderbroken door een voltijdse tewerkstelling, wordt de teller opnieuw op nul gezet.

Het volgende punt wordt in de memorie van toelichting voorzien: deeltijdse werknemers die vrijwillige overuren mogen maken, zijn degenen die de voltijdse dag- of weekgrenzen overschrijden. De vrijwillige overuren hebben immers betrekking op de overschrijding van de voltijdse arbeidsduurgrenzen. Tot het bereiken van deze voltijdse grenzen gelden voor deeltijdse werknemers de regels inzake de bijkomende uren (CAO nr. 35 van 27 februari 1981 betreffende sommige bepalingen van het arbeidsrecht ten aanzien van de deeltijdse arbeid en koninklijk besluit van 25 juni 1990 tot gelijkstelling van sommige prestaties van deeltijds tewerkgestelde werknemers met overwerk).

Werknemers die hun arbeidsprestaties verminderen in het kader van tijdskrediet of een thematisch verlof, bijvoorbeeld ouderschapsverlof, mogen deze vrijwillige overuren niet presteren.

Deze nieuwe regels hebben uitwerking met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2026. De specifieke bepalingen voor deeltijdse werknemers zijn enkel van toepassing vanaf 1 juni 2026.